Interview met Janne Timmermans

Ze was acht toen ze in Jeruzalem kwam wonen. Inmiddels is ze zestien en kijkt ze met een frisse tienerblik naar de wijk. Precies zo iemand aan wie Melany uit de vorige editie graag de pen doorgeeft: Janne Timmermans.

“Het eerste wat ik me nog herinner van toen we hier net woonden? Dat het hier ineens zó stil was,” zegt Janne. “Bij ons vorige huis reden auto’s echt continu langs. Hier was dat opeens weg. En dat betekende dus ook: ik kon lekker buiten spelen. Dat was fijn.”

Wat haar ook meteen opviel, was hoe anders de omgeving voelde. “Alles was nieuw: andere straten, andere huizen, andere mensen. Maar vooral dat water… We wonen hier echt aan het kanaal. We kijken uit op Moerenburg. Dat uitzicht went eigenlijk nooit.”

Als kind speelde ze veel buiten met andere kinderen uit de wijk. “We bouwden hutten langs het kanaal en spraken gewoon ergens af. De speeltuintjes die er nu zijn, waren er toen nog niet. En eerlijk: met acht jaar hoef je ook niet per se in een glijbaan te hangen.”

Wat Janne mooi vindt aan Jeruzalem, is de mix van oud en nieuw. “De witte huisjes geven echt karakter, maar de nieuwbouw ook. Elk huis ziet er anders uit. Sommige mensen maken onderscheid tussen oud- en nieuw-Jeruzalem, maar ik vind juist die blend leuk. Samen zijn we gewoon één wijk.”

Ook het buurthuis helpt daarbij, bijvoorbeeld met de tonpraatavonden. Carnaval speelt sowieso een grote rol bij de familie Timmermans. “Mijn vader is dit jaar opperleuterèèr geworden. Hij won dus én de juryprijs én de publieksprijs. Daar is iedereen in huis behoorlijk trots op.” Janne viert zelf ook fanatiek carnaval. “Ik heb het met de paplepel ingegoten gekregen. Misschien wil ik later ook wel eens een buut doen. Maar dan natuurlijk met als doel om het nóg beter te doen dan mijn vader,” zegt ze met een glimlach.

Sinds de middelbare school is het contact met leeftijdsgenoten uit de wijk veranderd. “We groeten elkaar nog wel, maar iedereen zit op andere scholen, heeft een eigen stijl, sportclub, vrienden. Dat hoort denk ik gewoon bij onze leeftijd. Voor ons hoeven er niet per se wijkactiviteiten te zijn, wij hebben onze eigen clubjes buiten Jeruzalem. Voor kleinere kinderen is het wel superleuk, en die zie je echt overal.”

Haar favoriete plek? Eigenlijk twee. “Bij blok A, waar het kanaal breder is. De zon op het water is daar echt mooi en je kunt er in de zomer pootjebaden. En recht voor ons huis. Het lijkt wel elke dag een ander uitzicht.”

Een minder fijne plek is de helling bij de Meijerijbaan. “Daar staan soms mannen in auto’s met lachgas of wiet. En ze laten altijd rommel achter. Dat is echt jammer, want het is verder zo’n mooie buurt.”

In coronatijd deed Janne iets liefs voor de wijk: ze beschilderde zwerfkeitjes en legde die neer bij mensen. “Soms zie ik ze nog wel eens liggen. Dat is echt leuk om terug te zien.”

Om Jeruzalem nóg gezelliger te maken heeft ze een idee: “Een groot zomerfeest. Barbecue, muziek, iedereen erbij. Oudbouw, nieuwbouw, alles door elkaar. Dan voelt het echt als één buurt.”

Ik geef de pen door aan
De pen geeft Janne graag door aan iemand met een bijzonder Jeruzalemverhaal: “Iemand die hier ooit woonde, verhuisd is en toen weer terugkwam. Dat lijkt me interessant. Die moet vast iets te vertellen hebben.”